Eindelijk, na een week reizen op de as van het kwaad, hebben we even tijd om weer een stukje te schrijven. Vanaf het moment dat we vorige weekdinsdag het land binnenkwamen, lijkt het alsof we in een achtbaan zijn gestap, waarin we zijn meegesleurd door de Iraanse gastvrijheid en ons hebben verbaasd, vergaapt, verwonderd, geergerd en … leeggezweet.
We zijn in Tabriz, in het noordoosten begonnen. De timing was niet zo goed, want de hele week bulkte van de religieuze en nationale feestdagen (doorgaans rouwdagen, heel gezellig), waardoor zo ongeveer alles plat ligt. Het schijnt dat wij nog mazzel hadden omdat we vervoer naar andere steden konden vinden – veel andere reizigers moesten taxi’s huren. Herdacht wordt de dood van Khomeiny (wiens
afbeelding je op iedere straathoek tegenkomt en de dood van een aantal profeten/martelaars).
Aanvankelijk hadden we wel even moeite met dit land. Nienke moet zich ‘gepast’ kleden en dat is toch niet zo heel erg fijn (vooral heel erg heet, zeker hier in de woestijn van Yazd). Zo zijn de wc’s in de hotels bijvoorbeeld niet in de kamer en moet je als je gaat plassen (tenminste de vrouw) het hoofddoekje gewoon omdoen. Het is nogal bewerkelijk en warm. Wat ook niet echt hielp is dat we door iedereen werden aangestaard in het begin (en eigenlijk nog steeds); dat maakte dat we ons nog wel eens wat ongemakkelijk voelden, dat wij de attractie zijn.

Maar Iran heeft ons hart wel verovert en dat komt vooral door de onmetelijke gastvrijheid. We worden vaak aangesproken op straat door mensen die ons welkom heten in Iran. Ze willen dat alleen maar even gezegd hebben. Ook hebben we er inmiddels een complete familie bijgekregen. Toen we in Isfahan aankwamen (eerste indruk: de mooiste stad die we ooit gezien hebben) konden we geen hotel vinden, omdat alles vol zat. Heet en uitgeput vroegen we een schoenverkoper of we bij hem konden bellen. Hij en zijn vrouw hebben ons vervolgens in de auto gezet en zijn samen met ons een hotel gaan zoeken. Uiteraard moesten we ’s avonds met hen mee de stad in en de volgende dag bij hun thuis lunchen (en slapen). Gisteravond zijn we weer op sleeptouw genomen en hebben ’s avonds bij hen thuis een groot deel van de familie ontmoet (en waterpijp gerookt en lekker op de grond gegeten). Erg leuk. 
Ze zijn vreselijk geintereseerd in Nederland en wilden ondermeer weten of het echt waar is dat zwarte voetballers nooit de bal krijgen van blanke voetballers, haha. Andersom zijn ze ook erg spraakzaam over hun leven in Iran en hoe ze de hoofddoekjes en het conservatisme hier haten. Echt een unieke ervaring en we hebben echt het gevoel een paar vrienden te hebben gevonden. Het afscheid viel ons allen zwaar, boehoe.
Isfahan is fantastisch. Vooral Imam Square, het grote plein, is heel bijzonder. Voor de eerste keer zagen we het rond zeven uur, toen het licht op zijn mooist was. Vreemde ervaring. We raakten allebei echt ontroerd door de schoonheid van deze plek; een sensatie die we allebei nog nooit zo sterk hebben gehad. WE dachten allebei: hier zijn we voor gekomen! Hiervoor gingen we naar de orient. Ook de rest van Isfahan is vergeven met mooie parken, moskeeen, paleizen en zeer mooie bruggen. De sfeer is heel ontspannen.
Na Isfahan zijn we naar Yazd gegaan, dat lekker tegen de woestijn aanschurkt. Zoals te voorspellen: het is hier heet heet heet. En heel exotisch. We hebben een heel mooi hotel in de oude binnenstad. Onze kamer zit aan een binnenhofje, met fraaie planten/palmbomen, een vijver (die het gemis van een zwembad er nog even extra inwrijft) en relaxte zitjes. De huizen hier zijn van modder gemaakt en alle straten zijn heel smal en kronkelig. Daardoor is er weinig verkeer en dat is ook wel even een verademing (al moet je nog wel eens opzij springen voor motoren die hard door de stegen crossen).

Opvallend is dat werkelijk alle vrouwen hier in het zwart lopen, maar dat ze ook weer erg vriendelijk zijn. De sfeer is wat relaxter (nog relaxter?) dan in Isfahan. Vanochtend zijn we naar een aantal Zoroastrische sites gegaan (eerste monotheistische godsdienst). Ondermeer naar de Towers of Silence, twee torens die buiten de stad op twee heuvels liggen. Daar werden tot in de jaren zestig de doden naartoe gebracht, alwaar gieren het vlees van de botten konden pulken. Werd eerst het linkeroog opgegeten (een priester ging erbij zitten om te kijken), dan zou iemand naar de hel gaan. Werd het rechteroog als eerste verorberd, dan zou alles goedkomen en wachtte het paradijs.
Hopelijk kunnen we vanavond naar een soort Iraanse sportschool, waar stoere mannen allerlei gewichten heffen onder begeleiding van muziek en poezie. Morgen hopen we de elementen te trotseren - eerder de temperatuur – en een woestijntocht te maken. Daarna gaan we naar een Karavanserai (toch nog een beetje zijderoute!, om D’s verjaardag te vieren (hint, de zestiende)). Daarna Shiraz en vervolgens Teheran om daar het vliegtuig te pakken naar Griekenland. Nog even een tweetal weken ZWEMMEN! (hoofddoek af, kleren uit, bikini aan, zwembroek voor Dimi, alcohol en vooral zee, zee, zee). Later nog meer verhalen. Hier alvast de foto’s. 



Het waren een paar interessante dagen, die ons begrip van Turkije toch weer hebben doen wankelen. We hebben veel mensen ontmoet die ons geheel onbaatzuchtig op sleeptouw hebben genomen (een studente die eigenlijk voor een examen moest blokken). We zijn op plekken geweest waar je normaal niet snel zou komen (bijvoorbeeld Bayrampaşa, de “sloppenwijk”). Wat we te weten zijn gekomen, dat lezen jullie later, maar laten we verklappen dat onder de oppervlakte hele andere dingen borrelen.





Vandaag eindelijk ons visum gekregen en morgenochtend steken we de grens met İran over (nu dus aan ons laatste biertje..). We willen beginnen in Tabriz en vandaaruit verder. Wellicht vliegen naar Esfahan en dan het hart van İran ontdekken (Yazd, Shiraz, en hopelijk nog de woestijn). Jullie zullen het lezen..




We zijn teruggegaan en hebben ’s middags een taxi genomen naar een paar watervallen even ten noorden van Kazbegi. Nou ja taxi. Het was een nagemaakte Amerikaanse legerjeep van Russische makelij die flink wat benzinedampen uitbraakte in de auto zelf. Wederom een memorabele tocht. De tunnel was helemaal donker en de chauffeur moest om gaten en stenen zigzaggen. Daarna de berg op via iets dat een weg moest zijn, maar vooral een hoop stenen was. We werden met zijn vieren lekker door elkaar geschud. De watervallen waren mooi, zeker omdat veel adelaars erboven zweefden. Daarna hebben we nog een klein uitstapje gemaakt naar de grens met Tjetsjenie die gesloten is. Dat heeft vooral te maken met Russische pesterijen en niet met gevechten; het is nu relatief rustig. Die gesloten grens is overigens de oorzaak van een hoop armoede. In de winter zitten de Kazbegi’s letterlijk opgesloten in hun dal omdat de enige doorgangbare pas via Rusland loopt.




De eerste dag hebben we lekker gewandeld door de groene bergen en Hemsin en Laz-dorpjes aangedaan. De volgende dag zijn we mee de jeep (uit 1973, in originele staat) ingenomen naar Ayder, een bergdorpje iets verderop en 1000m hoger. Mooi, bijna Zwitsers met houten chalets. Het hing behoorlijk in de wolken en die zijn we helaas niet meer kwijtgeraakt, de volgende 1,5 dag zaten we er middenin.

















De volgende dag hebben we een auto gehuurd en hebben we ons in het Turkse verkeer gewaagd. Dat ging best goed. Het is in Kutahya niet zo gek druk, dus het was wel te doen. Ons reisdoel was de Phrygian Valley, waar al duizenden jaren geleden een voorzichtige poging tot beschavinging was. Zo op het eerste gezicht lijkt het op Cappadocia, maar dan is het eerder het kleine zusje: nog niet zo spectaculair.





