Goed, we zijn weer een flink stuk verder en hebben een aardig portie Oost-Turkije gezien. Na de Kackars zijn we naar Erzurum vertrokken (via Sumela, een klooster hoog n de rotsen)) om ons toch maar weer in de visumellende te storten. Bij het İraanse consulaat zeiden ze zeven, nee tien dagen (het fluctueerde nogal) dus dat leek wel oke. We moesten eerst nog langs Kars, dus dat zou wel goed komen.
İn Kars hebben we het nuttige met het aangename verenigd. Deze oostelijke en nogal geisoleerde plaats is toneel van de beroemde roman van Orhan Pamuk ‘Sneeuw’. De locaties van het boek en een aantal personages zijn op waarheid, of echte personen gebaseerd. Wij wilden wel eens uitzoeken waar alles zich heeft afgespeeld, wie die personen waren en of het thema van het boek – de spanning tussen politieke islam en secularisme – nog steeds actueel is.


Het waren een paar interessante dagen, die ons begrip van Turkije toch weer hebben doen wankelen. We hebben veel mensen ontmoet die ons geheel onbaatzuchtig op sleeptouw hebben genomen (een studente die eigenlijk voor een examen moest blokken). We zijn op plekken geweest waar je normaal niet snel zou komen (bijvoorbeeld Bayrampaşa, de “sloppenwijk”). Wat we te weten zijn gekomen, dat lezen jullie later, maar laten we verklappen dat onder de oppervlakte hele andere dingen borrelen.
İn Kars het consulaat gebeld en te horen gekregen dat we spoedig ons visum konden halen, maar nog een paar dagen moesten wachten. We hebben Ani nog bezocht, de oude Armeense hoofdstad die nu op Turks grondgebied ligt (maar uitkijkt op Armenie).
Daarna hebben we een omweg gemaakt via Doğubeyazıt, een grensstadje in de schaduw van Mount Ararat. Een erg mooie tocht, langs wilde dalen, ruwe bergen en veelkleurige landschappen. We scheerden continu langs de Armeense grens en reden Koerdisch gebied binnen: vanaf nu extra veel militairen en veel controles. Doğabeyazıt bleek een nogal chaotisch stadje, dat van zichzelf weinig fraais te tonen heeft. Wel ligt nabij een mooi oud paleis (İshak Paşa), dat uitkijkt over een indrukwekkend dal.

“Snel” naar Erzurum (door zware winters geteisterd wegdek). Daar bleek dat we toch nog langer moesten wachten op ons visum. Erzurum wordt vaak in een adem genoemd met Konya en staat dus bekend als een zeer conservatieve stad, een prima plek om nog een paar dagen te ontspannen… Op straat veel vrouwen geheel bedekt in het zwart (we noemden ze voor het gemak maar “pinguins”). Veel mannen in en voor theehuizen, allemaal plukkend aan hun bidkettinkjes. Maar echt, de sfeer is heel ontspannen. Goed eten voor weinig geld. We zijn nog even wezen kijken op de universiteitscampus (op zoek naar een Engelstalige film, niet gevonden, alleen een slechte actiefılm met jet li) en daar maakte iedereen zich op voor een goed avondje stappen. Wij natuurlijk vroeg in de veren (op Dimi’s verzoek, wordt al een dagje ouder). Volgende dag auto gehuurd en door het berglandschap gecrossed, door de Georgian Valley’s (behoorde vroeger tot het Georgische koninkrijk). Erg mooi.

Vandaag eindelijk ons visum gekregen en morgenochtend steken we de grens met İran over (nu dus aan ons laatste biertje..). We willen beginnen in Tabriz en vandaaruit verder. Wellicht vliegen naar Esfahan en dan het hart van İran ontdekken (Yazd, Shiraz, en hopelijk nog de woestijn). Jullie zullen het lezen..



Weer pracht verhalen met weer hele mooie foto’s!
Jullie weten het wel spannend te houden!
Vol verwachting op de verhalen over Iran, wensen wij jullie ook daar weer veel moois en (ont)spannends toe.
Liefs Henk & Mieke
Een mengeling van natuur, cultuur en ‘politiek’, jullie weblog leest bijna als een roman!
Als ik die bergen en ruïnes zie dan krijg ik echt zin om erop uit te gaan.
Wat geweldig dat Iran er nu toch van gaat komen.
Ik wacht met spanning op het vervolg van jullie ‘roman’!
Groet uit een regenachtig Nederland,
Michael